Pannenfabriek Belisiafiche PF00003 


Pannenfabriek Belisia


Naam
Pannenfabriek Belisia


Type
Pannenfabriek


Ligging
Toponiem: -
Adres: Zeepstraat, Bilzen
Kadasterperceel: Bilzen Afd. 1, H0905z (nieuw)
Coördinaten: 50,86695; 5,51011


Periode
1902 (oprichting) tot 1927


Eigenaar
Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia s.a.


Toestand
Gesloopt/verdwenen.


Beschrijving/informatie/geschiedenis

Pannenfabriek Belisia werd in 1902 opgericht onder de naam 'Société Anonyme Tuilerie Méchanique Belisia' door een zekere Dumoulin uit Maastricht. Het kapitaal bedroeg 150 000 frank verdeeld in 150 aandelen van 1000 frank. Dumoulin was de grootste aandeelhouder. Hij engageerde enkele andere industriëlen uit Maastricht en overtuigde heel wat bemiddelde Bilzenaren, waaronder burgemeester Hauben, om ook te investeren in deze veelbelovende vennootschap. Sommige aandeelhouders schonken gronden aan de vennootschap in ruil voor aandelen. De vennootschap kwam echter al vanaf 1906 in de financiële problemen...

Directeur Dumoulin kreeg op 19 november 1902 de toelating om een stoompannenbakkerij te starten in de Zeepstraat. In de Tongergse krant 'De Postrijder' staat al op 28 oktober 1902 te lezen dat "de bouw der nieuwe pannenfabriek begonnen is".

De fabriek nam deel aan de 'Exposition Universelle et Internationale de Liège' van 1905, waar ze een zilveren medaille kregen, en aan de 'Exposition Universelle et Internationale' van Brussel in 1910 waar ze een erediploma ontvingen. Dat vermelden ze met enige trots op hun briefhoofd.

Reeds in 1909 waren de financiële problemen zo groot dat het bedrijf failliet ging. Op 25 november 1909 was er blijkbaar een openbare verkoop op vraag van de curatoren van de failliete S.A. 'Belisia'. Het was volgens de beschrijving nochtans "een pannenbakkerij in volle activiteit met een degelijke uitrusting": een stoomachine van 75 pk, een mengmolen, 3 persen, 10 ovens, een grote drogerij... Bovendien ook een terrein van bijna 2 ha waar de klei uitgegraven werd en dat verbonden was met de pannenfabriek via een smalspoor, een zgn. 'Decauville'.
Het is niet duidelijk aan wie het bedrijf werd verkocht en wie na de openbare verkoop de nieuwe aandeelhouders waren. Vanaf 1910 stond het bedrijf in elk geval onder leiding van een nieuwe directeur, nl. Theodorus Johannes Toebosch (1885-1964).

De nodige leem (klei) werd dus aangevoerd over een smalspoor ('Decauville') via een bruggetje over de Demer vanuit de Kattenberg: eerst de goede Boomse kleilaag en de klei van Kleine Spouwen, daarna Klei van Henis. Mogelijk werk ook klei aangevoerd vanaf de Borreberg (zie plannetje). Zo'n smalspoor werd bij veel ontginningen gebruikt. Het was een demontabel ijzeren spoor, meestal met een standaard spoorwijdte van 600 mm, waarop kiepwagentjes werden voortgetrokken met een paard of een kleine locomotief.

Na een brand in 1913 werd een nieuwe fabriek gebouwd. Ze had zeven dubbele ovens en een kneedpers. De verlichting van het gebouw gebeurt met een eigen elektrische dynamo. In 1914 zocht het bedrijf twee nieuwe stokers voor de ringoven (!) via een advertentie in de Nederlandse krant 'De Nieuwe Venlose Courant'.

Tijdens Wereldoorlog 1 lag de fabriek zo goed als stil. Dat blijkt ook uit een een mededeling aan een klant voor de levering van Muldenpannen tijdens de oorlog: 'nos usines viennent d'être remises partiellement en activité'. Na de oorlog werkte het bedrijf verder onder de leiding van Jan Baeten.

Door problemen met de kwaliteit van de pannen sloot het bedrijf uiteindelijk de deuren in 1927. Blijkbaar bevatte één van de gebruikte kleilagen (de klei van Henis) kalkinsluitsels wat voor minderwaardige pannen zorgde. Dat het dan al weer een hele tijd niet goed ging blijkt onder meer uit een advertentie uit 1924 in dezelfde Nederlandse krant 'De Nieuwe Venlose Courant' waarin men een overnemer zoekt voor de pannenfabriek mét kleigroeve...

De bedrijfsgebouwen werden daarna in gebruik genomen door het gelijknamige Bilzense meubelbedrijf Belisia. Dat startte in 1921 toen Prosper Lenaers aan het station in Tongeren ‘Usines et Fonderies de Limbourg’ opgerichte. Het bedrijf was toen een fabrikant van metalen bedden en leverde onder meer aan het Britse leger. Later verhuisde het bedrijf naar de gebouwen van de pannenfabriek en nam het ook de naam over. Het valt op dat ze in een reclameadvertentie uit 1927 een afbeelding van de actieve pannenfabriek blijven gebruiken.
Belisia groeide vanaf het midden van de jaren vijftig uit tot een gekende producent van schoolmeubilair en kantoormeubelen. De oorspronkelijke bedrijfsgebouwen bleven bestaan tot in 2016. Recent verhuisde het huidige bedrijf 'Belisia Interior Concepts' en in december 2016 werden de oude gebouwen van de pannenfabriek gesloopt. Vanaf 2017 wordt op de zelfde plaats een groot woonproject 'Park Belisia' gebouwd.


Meer foto's









Bronnen
- Tijdschrift Bilisium, heemkundige kring Bilzen, Jaargang 10, artikelreeks 'Gebakken leem' door Leon Mercken
- Veilingsite Delcampe
- Decauville Spoorwegmuseum Nederland
- Les Expositions Universelles